NL | EN
Menu
Kuilen 2017: kwaliteit en opbrengst goed, nu nog benutten

Het ruwvoerjaar 2017 is de boeken in gegaan als een jaar met (zeer) goede opbrengsten en zeker ook een mooie kwaliteit, van zowel gras als mais. Maar daarmee is de race nog niet gelopen. In 2017 is het aantal melkkoeien en jongvee ook...Lees meer >>

Nieuwsoverzicht
tel. (0183) 44 63 05 | info@nutrilab.nl
Kuilen 2017: kwaliteit en opbrengst goed, nu nog benutten jun 12,2018 | Beeld: © Pixabay

Het ruwvoerjaar 2017 is de boeken in gegaan als een jaar met (zeer) goede opbrengsten en zeker ook een mooie kwaliteit, van zowel gras als mais. Maar daarmee is de race nog niet gelopen. In 2017 is het aantal melkkoeien en jongvee ook flink teruggelopen. Gevolg is dat doorgaans de ruwvoervoorraden toenemen op melkveebedrijven. Veehouders zoeken naar mogelijkheden om meer ruwvoer in de koe te krijgen en dit ook beter te benutten. 

Snijmais

De kwaliteit van snijmais die in 2017 geoogst werd, ligt in lijn met 2016. Met name in Zuid Nederland waren in 2016 nog flinke uitschieters extreem hoge zetmeelgehaltes. Doordat de maisplant een relatief hoog korrelaandeel bevatte, werden zetmeelwaarden gemeten tot 450 gram per kg ds. In 2017 was de maisopbrengst in heel Nederland bijzonder goed en de kolf vaak keurig afgerijpt. Zetmeelgehaltes van 380 tot 400 gram waren afgelopen jaar geen uitzondering.

Andere gras/mais-verhouding

Ook het gras is flink gegroeid in 2017. De kwaliteit was vooral de 1ste en 2de snede zeer goed. Door het relatief groeizame weer werd vaak 5 of soms 6 keer gemaaid, wat resulteerde in flinke voorraden graskuil. Deze winter is daarom ook vaker met een andere gras/mais-verhouding gewerkt in het melkveerantsoen. Door het aandeel graskuil met 5 tot 15% te verhogen, loopt een veehouder flink in op voorraad gras. Spanningsveld blijft dan wel vaak de voersnelheid in de snijmaiskuil, met extra kans op broei. 

Gras benutten = DS gehalte sturen

Maar meer graskuil in het rantsoen is vaak eenvoudiger gezegd dan gedaan. Met de rantsoenoptimalisatie komen extra uitdagingen om de hoek wat betreft de zetmeeldekking bij hoogproductief vee, de juiste eiwitaanvulling zonder hoge ureumgehaltes in de melk en ook de verteringssnelheid van graskuil blijkt nog al eens een gespreksonderwerp te zijn. De belangrijkste sleutel in het benutten van graskuil zit in het “kiezen” van het juiste droge stofgehalte. Een 1ste snede gras is vaak erg bladrijk, bevat veel eiwit en vaak ook veel suikers. De (celwand)verteerbaarheid is erg hoog en vaak leidt dit tot een hoge passagesnelheid in de koe. Door deze bladrijke, pittige graskuilen wat droger in te kuilen (45-50% DS) wordt de kuil wat geremd in de koe en neemt de benutting toe. Voor grove, doorgeschoten gras geldt juist het advies om natter in te kuilen, bij 30-35% DS zodat de celwanden extra inweken tijdens het kuilproces. Uiteindelijk kunnen de pensbacteriën dit grovere gras veel beter verteren.