NL | EN
Menu
No compromise

Ik ben afgelopen jaar verschillende keren in India geweest. Ik kwam er ook in productiebedrijven; zoals een fabriek waar een traditionele zoete lekkernij ‘Ladoo’ wordt gemaakt. Van (kikkererwten)meel, vaak verschillende...Lees meer >>

Nieuwsoverzicht
tel. (0183) 44 63 05 | info@nutrilab.nl
EU richtlijnen van analyse en versleping van coccidiostatica in Feed en Food apr 28,2016 |

EU richtlijnen van analyse en versleping van coccidiostatica in Feed en Food

Coccidiostatica worden voornamelijk toegepast in de pluimvee- en konijnen sector. Andere diersoorten zijn minder gevoelig voor de eencellige protozoa die coccidiose veroorzaken.  Diervoeding producenten mogen coccidiostatica in hun diervoeding toepassen. Hier ligt direct het gevaar voor versleping op de loer. De versleping naar voer voor niet/minder gevoelige diersoorten is vastgesteld op 3 %. Echter voor voer van meer gevoelige diersoorten ligt het versleping percentage op maximaal 1 %. Deze informatie is gebaseerd op de EU richtlijnen 2002/32/EG, met de bijbehorende wijziging van bijlage I, 2009/8/EG. Nutrilab heeft veel ervaring in het begeleiden van het vaststellen van versleping in diervoeding.

Een ongewenst neveneffect is dat coccidiostatica zich in de feed en food sector verspreiden. Dit gebeurt doordat dieren gebruikt worden in de food industrie of door feed van dierlijke oorsprong. Hiervoor zijn zogenaamde MRL’s (maximum residugehaltes) vastgesteld. Coccidiostatica bestaan uit een groep stoffen. Voor de voedingsmiddelen sector zijn deze vastgelegd in EG nr. 124/2009, dit zijn: Lasalocide-natrium, Narasin, Salinomycine-natrium, Monensin-natrium, Semduramicine, Maduramicine, Robenidine, Decoquinaat, Halofuginone,  Nicarbazine, Diclazuril. Nutrilab heeft ruime ervaring in begeleiden, adviseren en analyseren van residu analyses op antibiotica en dus ook coccidiostatica. De analyse op coccidiostatica gebeurt d.m.v. LC-MS/MS. Neem gerust contact met ons op.