NL | EN
Menu
Nutrilab gaat in ruwvoer onderzoek samen werken met Van de Meerakker Service ruwvoer onderzoek Nutrilab

Nutrilab gaat in ruwvoer onderzoek samen werken met Van de Meerakker Service

Nutrilab gaat samenwerken met Van de Meerakker Service. Van de Meerakker Service is een service verlenend bedrijf en... Lees meer >> Nieuwsoverzicht

tel. (0183) 44 63 05 | info@nutrilab.nl

 

 

Nieuwe Allergenenwetgeving, een richtlijn van de NVWA voor referentie dosis voor allergenen

De NVWA heeft op haar website een nieuw advies uitgebracht voor allergenen. Het is een publicatie van het Bureau Risicobeoordeling en Onderzoeksprogrammering (BURO). Het bureau geeft advies aan de NVWA voor het huidige allergenen beleid. Nutrilab geeft uitleg aan het document Advies Allergenen 02062016. Het betreft een advies voor voorlopige referentie dosis.

 

Uitleg referentie dosis allergenen

Een referentiedosis is gebaseerd op het voorkomen van allergisch reacties van een klein percentage van de allergene bevolking. De referentiedosis bepaald uiteindelijk de hoeveelheid allergeen dat in een voedingsmiddel mag voorkomen per dag. Het gehalte aan een specifiek allergeen is dus afhankelijk van de genuttigde hoeveelheid . De genuttigde hoeveelheid is weer afhankelijk van de leeftijd en het geslacht.  De portiegrootte per product waarvan uitgegaan kan worden, is te vinden op de website van het RIVM: ‘Voedsel Consumptie Peilingen’. Lees meer op RIVM...

 

Een voorbeeld: een vrouw met een leeftijd tussen 19-30 jaar eet ‘gemiddeld’ 186 gram graan of graanproducten per dag (brom: Publicatie VCP: basis 7-69 jaar 2007-2010). Volgens de NVWA publicatie mag voor iemand met een pinda allergie, maximaal 0.015 mg pinda eiwit consumeren (zie tabel in dit artikel). De graan mag voor vrouwelijke personen dan maximaal 1000/186 x 0.015 mg pinda eiwit bevatten: 0.08 ppm  (de onderste bepaalbaarheidsgrens/detectielimiet of LOQ is voor pinda 2.5 ppm; zie tekst hieronder voor advies aan voedingsmiddelen fabrikant). Een man met de leeftijd tussen 19-30 jaar eet ‘gemiddeld’ 256 gram granen of graanproducten per dag. Het maximaal gehalte aan pinda eiwit allergeen in graan mag voor een man dus 1000/256 x 0.015 mg : 0.06 ppm zijn.  Op deze wijze moet dus voor elk product berekend worden wat het maximale gehalte van een allergeen in een product mag zijn. De voedselproducten moet dus flink gaan rekenen. Maar ook een oordeel vellen over wie zijn/haar product in welke hoeveelheid consumeert.

 

Tabel met referentiedosis allergenen
 

 

Voorlopige referentiedosis volgens NVWA,  mg eiwit

Pinda

0.015

Melk

0.016

Ei

0.0043

Hazelnoot

0.011

Sojameel

0.078

Tarwe

0.14

Cashewnoot

1.4

Mosterd

0.022

Lupine

0.83

Sesam

0.1

Garnaal

3.7

Advies voor allergenen analyse voor de voedingsmiddelen fabrikant

Volgens het BURO zijn de meeste referentiedosis onder de bepaalbaarheidsgrens van de analyses. Voor Cashewnoot, Lupine, Sesam en Garnaal zou het kunnen voorkomen dat de referentiedosis boven de bepaalbaarheidsgrens/detectielimiet ligt. In alle gevallen geeft een analyse op het product de waarde weer, zodat kan worden gecontroleerd of aan de voorlopige eis van de NVWA wordt voldaan. Wanneer berekend wordt hoeveel van een allergeen als restproduct aanwezig zou kunnen zijn, moet in principe uitgegaan worden van de referentiedosis. Echter zal handhaving op dat niveau niet mogelijk zijn omdat de onderste bepaalbaarheidsgrens /detectielimiet  boven de vereiste waarde ligt, dus is de detectielimiet de controlegrens. Een waarde schatten kan door middel van berekenen, de waarde bepalen kan door analyse. Neem hiervoor contact op met Nutrilab via het contactformulier elders op de website.

Nutrilab publiceert binnenkort op haar website per categorie voedingsmiddel een ‘worst case scenario’. Deze tabel is gebaseerd op de referentiedosis van de NVWA en de consumptie hoeveelheden.

 

Maximale gluten en tarwe gehalte in voedingsmiddelen en de wetgeving voor etikettering, claim op het etiket

De referentiedosis voor Tarwe kan mogelijk tot verwarring leiden. Dat heeft te maken met het onderscheid tussen Tarwe allergie en gluten intolerantie bij Coeliakie patiënten. Voor Tarwe allergie is een referentiedosis opgenomen van 0.14 mg. Los daarvan blijft volgens de EU richtlijn 828/2014, die per 20 juli 2016 gehandhaafd wordt, onverminderd van kracht dat de claim op het etiket ‘Glutenvrij’ mag worden gevoerd bij < 20 ppm gluten en de claim ‘laag gluten’ mag worden gevoerd bij < 100 ppm gluten.

Bron: NVWA